maandag 08 juli 2019 08:47

De gevolgen van de WAB voor het pensioen van payrollers

De nieuwe Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) moet ertoe leiden dat payrollwerknemers recht krijgen op een pensioenregeling die gelijkwaardig is aan die van andere werknemers met een vergelijkbare functie. De WAB is goedgekeurd door de Eerste Kamer, maar het onderdeel over het pensioen voor payrollwerknemers heeft een jaar vertraging opgelopen. Wat houdt dit in?

Bij payrolling neemt een payrollonderneming de verantwoordelijkheden van een werkgever (inlener) voor zijn personeel over. Dit betekent dat de werkgever (inlener) zaken zoals de salarisadministratie, salarisbetaling, afdracht van sociale premies en bijvoorbeeld ook pensioenen uitbesteedt aan een payrollonderneming. De payrollwerknemers vallen onder een andere cao dan de geldende cao in de betreffende bedrijfstak. Het gaat dan om een cao uit de uitzendbranche of een cao van een individuele payrollonderneming. Daarnaast kan de arbeidsvoorwaardenregeling van de Vereniging Payroll Ondernemingen (VPO) gelden.

Gelijke arbeidsvoorwaarden

In het algemeen geldt vanuit de WAB dat een payrollwerknemer recht heeft op minstens gelijke arbeidsvoorwaarden als werknemers met gelijke of gelijkwaardige functies in dienst van de onderneming of in de sector waar de payrollwerknemer werkt.

Adequate pensioenregeling

De WAB geeft aan dat de payrollwerknemer recht heeft op een ‘adequate’ pensioenregeling. Er is in ieder geval sprake van zo’n adequate pensioenregeling als voor de payrollwerknemer dezelfde basispensioenregeling geldt als voor vergelijkbare werknemers van de werkgever (inlener) of in de betreffende sector. Kan de payrollwerknemer niet deelnemen aan de pensioenregeling van de werkgever (inlener), dan gelden vaste voorwaarden voor de pensioenregeling van de payrollonderneming zelf.

Wat is adequaat?

Adequaat is volgens het wetsvoorstel een pensioenregeling met ouderdomspensioen en nabestaandenpensioen, geen wacht- of drempeltijd, en met een totale werkgeverspremie van ten minste 13,6%. Dit percentage komt overeen met de gemiddelde pensioenpremie die een werkgever in Nederland verschuldigd is.

Vrijwel alle payrollbedrijven nemen deel aan StiPP, het verplicht gestelde fonds voor uitzendwerk en payrolling. Het eventuele verschil tussen de StiPP-pensioenregeling en de adequate pensioenregeling waar de payrollwerknemer recht op heeft, moet het payrollbedrijf zelf ‘bij verzekeren’. Het ligt voor de hand dat de payrollonderneming dat bij StiPP doet. Mocht dat fonds daartoe niet bereid zijn dan kan de werkgever zich tot een andere pensioenuitvoerder wenden.

Het payrollbedrijf voldoet overigens ook aan zijn verplichting wanneer de payrollwerknemer deelneemt aan de pensioenregeling die geldt binnen een onderneming of bedrijfstak waar hij werkzaam is. Dat is het geval wanneer een payrollbedrijf via de verplichtstelling onder de werkingssfeer van een ander BPF dan StiPP valt, bijvoorbeeld als het hoofdzakelijk actief is in een bepaalde bedrijfstak. Daarnaast kan een payrollbedrijf dat niet verplicht onder StiPP of een ander BPF valt, zich vrijwillig aansluiten bij een BPF.

Omdat de meeste payrollbedrijven en –werknemers verplicht deelnemen aan StiPP, zal het ‘pensioenonderdeel’ van het wetsvoorstel met name gevolgen hebben voor dat pensioenfonds.

Pensioenregeling payrollonderneming

Er gelden drie minimumvoorwaarden voor een basispensioenregeling van de payrollonderneming.

  1. Er mag geen wachttijd of drempelperiode zijn voordat de opbouw van het ouderdomspensioen begint.
  2. De pensioenregeling moet naast het ouderdomspensioen een nabestaandenpensioen regelen.
  3. De premie die de payrollonderneming moet afdragen, is minstens gelijk aan de gemiddelde werkgeverspremie bij Nederlandse pensioenfondsen.

De payrollondernemingen betalen de kosten van de pensioenregeling. Zij kunnen de kosten eventueel aan u als werkgever (inlener) doorrekenen.

Ontzorgen

De nieuwe pensioeneisen moeten voorkomen dat payrollwerknemers door hun deelname aan een goedkopere (kwalitatief mindere) pensioenregeling veel minder kosten dan werknemers van de werkgever (inlener). De regering vindt dat payrolling gericht moet zijn op het ontzorgen van organisaties en niet op concurrentie van arbeidsvoorwaarden.

Jaar uitstel

De WAB is inmiddels op 28 mei aangenomen door de Eerste Kamer. De meeste maatregelen uit de nieuwe wet gaan in per 1 januari 2020, maar juist de pensioenmaatregel voor payroll is uitgesteld tot 1 januari 2021. Volgens minster Koolmees is uit de internetconsultatie over het wetsvoorstel gebleken dat er te weinig tijd is om de pensioenvoorziening goed in te voeren. Hiervoor zou nog minimaal een jaar voorbereidingstijd nodig zijn. Daarbij was er al forse kritiek op de uitvoerbaarheid van de regeling vanuit de flexbranche.

Kostenstijging

Waarschijnlijk wordt payrolling op termijn een duurdere oplossing voor u als werkgever (inlener) doordat payrollondernemingen de kosten van de pensioenvoorziening aan u door zullen proberen te rekenen. U kunt dan kiezen voor een andere, goedkopere oplossing dan payrolling of met de payrollondernemingen afspreken dat zij de pensioenvoorziening voor hun rekening nemen.

 

Advies nodig

Aanvullende informatie

Laatst aangepast op maandag 08 juli 2019 09:18