woensdag 19 september 2018 14:07

Hypotheekrenteaftrek versneld afgebouwd

Het kabinet bouwt de hypotheekrenteaftrek voor hogere inkomens versneld af. Het Belastingplan 2019 leest: "Onder de huidige regeling, die sinds 2014 geldt, is voor de aftrekbare kosten met betrekking tot een eigen woning een afbouwtraject van het tarief waartegen deze kosten in aftrek worden gebracht voorzien van 0,5 procentpunt per jaar in de periode 2014-2042. Het voorstel is om deze afbouw met ingang van 1 januari 2020 te versnellen naar 3 procentpunt per jaar (2,95 procentpunt voor 2023). Per 2023 wordt het beoogde aftrektarief van 37,05 procent bereikt.

"Hoewel de versnelling van het afbouwtraject, ook als rekening wordt gehouden met de terugsluis en de overige lastenverlichtende maatregelen in dit pakket, in individuele gevallen financiële effecten kan hebben waar betrokkenen bij het aangaan van de verplichtingen geen rekening mee hebben gehouden, acht het kabinet het gewenst om in deze kabinetsperiode een forse impuls te geven aan verlagen van de schulden van burgers en vebeteren van de financierbaarheid van de Nederlandse hypotheekportefeuille."

Opbrengst van de versnelde afbouw hypotheekrente-aftrek

De budgettaire opbrengst van de versnelde afbouw van het aftrektarief voor de aftrekbare kosten met betrekking tot een eigen woning wordt volledig ingezet om het percentage van het eigenwoningforfait te verlagen. De verlaging van het (basis)percentage van het eigenwoningforfait voor woningen met een eigenwoningwaarde van meer dan € 75.000 vindt plaats in drie stappen van elk 0,05 procentpunt in de jaren 2020, 2021 en 2023. De percentages voor woningen met een eigenwoningwaarde van 75.000 euro of minder worden in die jaren verhoudingsgewijs verlaagd, op basis van de reeds bestaande factor van respectievelijk 0,4 voor woningen met een eigenwoningwaarde tussen 12.500 en 25.000 euro, 0,6 voor woningen met een eigenwoningwaarde tussen 25.000 en 50.000 euro en 0,8 voor woningen met een eigenwoningwaarde tussen 50.000 en 75.000 euro.

Twee schijvenstelsel

Door het nieuwe Belastingplan gaat volgens eigen zeggen van het kabinet 96 procent van de mensen er volgend jaar in koopkracht op vooruit. De vooruitgang wordt gefinancierd uit onder meer ingrepen bij hypotheek- en ondernemersaftrek en verhoging van het lage btw-tarief.

  • Door de geleidelijke invoering van een tweeschijvenstelsel met een basistarief en een toptarief nemen de besteedbare inkomens toe van alle personen met een inkomen vanaf 20.000 euro per jaar.
  • Het basistarief wordt in 2021 37,05 procent en het toptarief 49,50 procent. In 2019 wordt het tarief van de huidige eerste schijf 36,65 procent en de tweede en derde schijf 38,10 procent.
  • Door een verhoging van de arbeidskorting gaat werken meer lonen voor mensen met een inkomen tussen de 20.000 en 60.000 euro per jaar.
  • Door een verhoging van de algemene heffingskorting neemt het besteedbaar inkomen toe van mensen met een inkomen tot 50.000 euro per jaar. 

Vennootschapsbelasting

Het tarief in de vennootschapsbelasting wordt voor winsten tot 200.000 euro in stappen verlaagd van 20 naar 16 procent in 2021. Ook voor winsten boven 200.000 euro wordt het tarief verlaagd, maar wel minder groot dan in het Regeerakkoord beoogd: het tarief wordt in 2021 22,25 in plaats van 21 procent. Ook het tarief in box 2 wordt verhoogd, maar 1,6 procent minder dan voorgesteld in het regeerakkoord: namelijk naar 26,25 procent in 2020 en 26,9 procent in 2021.

Het kabinet zet de afschaffing van de dividendbelasting door.

Aanvullende informatie

Laatst aangepast op woensdag 19 september 2018 14:30