woensdag 04 maart 2020 09:39

Invoering compensatie transitievergoeding

Per 1 april 2020 kunnen werkgevers een compensatie ontvangen voor de betaalde transitievergoeding als zij een werknemer ontslaan in verband met langdurige arbeidsongeschiktheid. De werkgever kan vanaf 1 april 2020 ook een compensatie aanvragen voor de betaalde transitievergoeding van werknemers die in de periode 1 juli 2015 tot 1 april 2020 zijn ontslagen in verband met langdurige arbeidsongeschiktheid.

Hiervoor heeft de werkgever 6 maanden de tijd, dus tot 1 oktober 2020. De compensatie kan bij het UWV worden aangevraagd.

Hoogte van de compensatie tansitievergoeding

De werkgever krijgt een compensatie van de betaalde transitievergoeding én de eventueel gemaakte transitie- en inzetbaarheidskosten. Een werkgever mag deze kosten onder voorwaarden in mindering brengen op de transitievergoeding (Besluit voorwaarden in mindering brengen kosten op transitievergoeding). Ook deze kosten worden dus door het UWV gecompenseerd.

De hoogte van de compensatie wordt wel op een aantal punten beperkt:

  • de periode waar de compensatie over wordt berekend eindigt na twee jaar ziekte. Na deze twee jaar hoeft de werkgever het loon immers niet meer door te betalen. De periode van de opzegtermijn blijft daarmee buiten beschouwing. Ook wil men hiermee voorkomen dat werknemers langer in dienst worden gehouden om zo recht te krijgen op een hogere compensatie;
  • de compensatie is niet hoger dan het aan de werknemer tijdens ziekte betaalde bruto loon;
  • als de werkgever een loonsanctie opgelegd heeft gekregen, omdat hij onvoldoende re-integratie inspanningen heeft geleverd, dan telt deze periode niet mee;
  • de compensatie bij beëindiging van het dienstverband met wederzijds goedvinden is alleen maar van toepassing als de reden van ontslag gelijk is aan een wettelijke reden waarbij recht zou bestaan op een transitievergoeding.

Nog voor de ingangsdatum heeft de overheid besloten dat de beperking die staat genoemd bij de 2e bullet nog niet wordt doorgevoerd. De compensatie kan hierdoor dus wel hoger zijn dan het tijdens ziekte betaalde bruto loon. Reden hiervoor is dat tijd nodig is om nader te onderzoeken of en hoe bij het vaststellen van het maximale compensatiebedrag rekening kan worden gehouden met eventueel verstrekte sociale zekerheidsuitkeringen en hoe dat door UWV kan worden uitgevoerd.

Zo kan een werknemer bijvoorbeeld tijdens ziekte mogelijk al recht hebben op een uitkering op grond van de Ziektewet (no-riskpolis). Volgens de compensatieregeling wordt deze uitkering niet aangemerkt als tijdens ziekte betaald loon. De compensatie die de werkgever voor een dergelijke werknemer ontvangt zou daardoor dus ook beperkt worden. Dit vindt men niet wenselijk.